En het zal geschieden, al wie de Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden……

 

Jol 2: 32

 

AANROEPEN

Als we in nood zijn zoeken we naar ontkoming. We willen allemaal verlost worden, als we in nood zitten. Dat geldt zeker in geestelijk opzicht. Als de Heilige Geest onze ogen heeft geopend voor onze schuldrekening, wordt een mens zoekend gemaakt naar verlossing. Dat zien we in onze tekst.

 

De voorafgaande verzen spreken over de uitstorting van de Heilige Geest. Daarmee is de dag van de voleinding nabij gekomen; de dag dat God verschijnt ten gerichte en niemand meer kan vluchten. De aarde zal beven, de natuur zal over de kop gaan, de wereld zal verzonken zijn in diepe duisternis. God zal van de aarde de tekenen van Zijn gunst wegnemen. Daar zal alles op uitlopen. Dan zal het gaan om het eeuwige leven of de eeuwige dood. In dat licht is ontkoming levensnoodzakelijk. Want wie dan valt onder Gods gericht, is voor eeuwig verloren.

Wanneer Gods Geest in u begint te werken, dan zal Hij u leren dat u God als Rechter moet ontmoeten, maar niet kunt ontmoeten. Het blijft dan niet bij de ontdekking aan schuld en zonde alleen. Het liefste werk van de Geest is de verheerlijking van Christus. Wanneer Gods Geest een zondaar overtuigt van zijn schuld, gaat die zondaar ook zoeken naar ontkoming. De door Gods Geest gewerkte zondekennis doet vanuit de nood de Naam des Heeren aanroepen.

 

Vanuit nieuwtestamentisch licht kunnen we zeggen, dat het hier gaat om de naam van Jezus. Dat er een beroep wordt gedaan op Zijn barmhartigheid en Zijn bloedgerechtigheid. Kent u dat aanroepen van de Naam van Jezus? Dat u zonder Jezus niet meer kunt, omdat in uzelf de dood heerst?

Als zo, vanuit de nood van het verzondigde leven deze Naam wordt aangeroepen, is er de stellige zekerheid dat de Heere zo’n gebed zal verhoren. Dat lezen we: “Want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk als de Heere gezegd heeft”. Daar op de berg Sions, staat de tempel waar de offerdienst werd verricht. Vlak buiten Jeruzalem ligt Golgotha. Daar heeft Jezus gehangen aan het kruis. Daar hangt Hij onder de last van de zonde. Daar komt Hij in de handen van de richtende God.

Daarom kan er staan, dat er ontkoming zal zijn. Geen twijfel mogelijk, want Christus heeft op de berg des Heeren volkomen in Gods recht voorzien. Hij hing er plaatsbekledend voor de Zijnen. De vloek die zij hadden verdiend, is op Hem gelegd. De zaligheid ligt vast in Zijn offer. Te midden van de wereld, die door het gericht wordt getroffen, zal er n plaats zijn waar ontkoming is: de berg Sions.

Onze tekst heeft in Christus vastheid gekregen. Er staat: “Al wie.”Dat is: een ieder. Zonder beperking. De Heere sluit niemand uit. Niemand heeft te lang gezondigd. Niemand heeft te veel gezondigd. Christus heeft juist een nietswaardige en met zonden beladen bruid uitgekozen om te wassen en te reinigen in Zijn bloed.

Het slot van vers 32 leert dat de Heere het is Die met kracht roept naar Sion. Het is vanwege deze roeping dat er een overblijfsel is. De Heere zorgt daar nu Zelf voor. Hij zal ze trekken door Woord en Geest. Hij zal ze brengen tot de gemeenschap met Christus.

Mag u daar nu ook bij zijn? Het kan! Gods Woord zegt: “al wie.” Daar wordt niemand buitengesloten. Al bent u zwart van zonden. De Heere roept naar Sion. Hij staat met Zijn armen wijd uitgebreid. Hij nodigt. Het kan zelfs voor de meest verharde zondaar. Wij zouden ze allang hebben afgeschreven. De Heere sluit in het heden der genade echter niemand uit. Hij wil nog trekken uit het duister en stellen op het fundament van Christus’ kruisverdiensten. De gerichtsdag is aanstaande. Wie zal dan kunnen ontkomen? En weg blijft over: roep de naam van Jezus aan, want door Hem is er redding voor verloren zondaren.

 

Ds. A.C. Uitslag.