ůVreest niet, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal.


Lukas 2: 10b

GROTE BLIJDSCHAP!

De herders krijgen als eersten de boodschap van grote blijdschap te horen.
Ze krijgen die ook ‘verklaard’ in de indrukwekkende engelenzang die dit wonderlijke gebeuren heeft begeleid. Immers, van stonde aan was er met de engel een menigte van hemelse legerscharen die God prezen.
Een eredienst in het open veld, in het nachtelijk duister! Verkondiging van het heerlijkste Evangelie. Die beslag legt op dit herdersvolk, vergezeld van een teken: het Kindeke in doeken gewonden, liggende in de kribbe, en een koor van hemelse zangers met hun pure lofprijzing en aanbidding. De nieuwtestamentische vervulde en volmaakte versie van
Psalm 150.
Deze prediking onder zo’n begeleiding legt beslag. De uitwerking is het heengaan van de herders naar Bethlehem. Om daar het woord dat de Heere hun heeft verkondigd te zien.
Geloven wil ook zien! Het zoekt de bevestiging, de bevinding dat het is zoals het gezegd is.
Vrees niet! Dat is altijd een heugelijke tijding in dit tranendal van onze gestadige dood. Want dat is de harde realiteit van ons bestaan. In zonde ontvangen en geboren, kinderen des toorns. En geroepen tot de strijd tegen de zonde, de wereld en de boze; zoals de vijand al direct heeft toegeslagen in Bethlehem, en dat als reactie op de allerheerlijkste, de meest verblijdende gebeurtenis, de geboorte van het Kind Jezus, de Zaligmaker.
De herders verkeerden min of meer aan de rand van de samenleving. Het nieuws van de dag –zeker het wereldnieuws– ging dit buitenvolk goeddeels voorbij. Het zal ook hun interesse niet gehad hebben. Ze leefden dicht bij de natuur en hadden hun handen vol aan het dagelijkse gebeuren in hun harde bestaan.
Maar afgezien daarvan, wie en waar we ook zijn en wat we ook doen, zonder kennis van de Zaligmaker, zonder vrede met God is alles leeg. Ook al verdring je die gedachte, ergens weet iedereen dat. Dat je met al je fortuin of met al je getob geen toekomst, geen uitzicht, geen blijde verwachting hebt. En dat is geen leven, maar een verschrikking. Daarom storten zovelen zich in een roes van wat dan ook. Buiten Gods vrede heersen de duisternis, de dood en de vrees. Vrees en geen vrede. Hebt u vrede, blijdschap en troost bij God gevonden?
Midden in dit trieste, dreigende bestaan van deze wereldnacht komt een engel des Heeren tot de herders. God scheurt de hemel en komt tot ons mensen. Dat is licht in de duisternis, dat wekt hoop.
God laat tot op dit Christusfeest van 2011 nog van Zich horen. Zijn Woord is het Licht der wereld. Dat Woord is nu vlees geworden en in doeken gewonden en in de kribbe gelegd. Hij laat de blijde boodschap van de komst van de Zaligmaker nog alom klinken. Is het geen wonder? Geen welbehagen? Let er wel op in deze dagen!
Ziet! Heb nu alle aandacht! Open nu je oren en ogen. Je zielsogen. En straks zult u het zien met eigen ogen, het teken, de bevestiging van Godswege van de waarheid van het Evangelie: het Kindeke in doeken in de kribbe. Vreest niet! Het komt tot allen: Ik verkondig u grote blijdschap, de blijde boodschap dat u heden geboren is de Zaligmaker. Die grote blijdschap zal voor heel het volk wezen. Niemand wordt uitgesloten dan degene die in moedwillige ongehoorzaamheid de duisternis blijft verkiezen boven het Licht.
Wilt u bewijs? De herders! De wijzen! Verhard u niet, maar volhard. Hier schittert Gods welbehagen! Laten we met heilsverwachting het Kerstfeest tegemoet gaan. Want er ligt in het Kind Jezus reden tot grote blijdschap voor ellendige verloren zondaren. Maar buiten Hem is een eeuwige verschrikking. Dit Kind, Deze God(s Zoon), is onze Zaligheid, wie zou die hoogste Majesteit dan niet met eerbied prijzen? Komt, laten wij aanbidden die Koning. Als Kind in de kribbe. Ere zij God in de hoge!

Ds. A. den Boer