..Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.

 

Matthéüs 27: 25b

 

ZIJN BLOED

Wie kan de diepte peilen van Christus’ lijden als Borg? Wij zien hier de lijdende Borg staan voor Pilatus. Hij is op tweetal gesteld met de bekendste moordenaar van die dagen. Zijn aardse rechter moet een vonnis vellen. Dwars door dat alles heen voltrekt zich echter het vonnis van de hemelse Rechter. Let wel: Zijn vonnis…over mijn zonden. We kunnen het lijden van Christus niet begrijpen als we het niet zien in relatie tot onze schuld bij God. Het volk kiest Bar-abbas. Opgehitst zijn ze door de leidslieden. Zij vertegenwoordigen de kerk. Pilatus vertegenwoordigt de wereld. Kerk en wereld gaan hier samen in een sinistere zaak. Ze zijn het erover eens dat Christus moet verdwijnen. Weg met Hem!

Heeft de mens niet de eeuwen door geroepen: Weg met Hem? Wijkt van mij, aan de kennis van Uw wegen heb ik geen lust? Pilatus wast wel zijn handen in zogenaamde onschuld, maar al het water van de zee wast niet de schuld af die hij op zich laadt door de Rechtvaardige te laten kruisigen. En wie wast onze schuld af? Wat voor vrome uitvluchten hebben wij bedacht om onze handen in onschuld te wassen?
Deze Rechtvaardige. Merkwaardig, dat Pilatus dat woord gebruikt. Hij neemt het over van zijn vrouw. Zijn vrouw had hem laten waarschuwen. “Heb toch niet te doen met deze Rechtvaardige.” Zij had in een soort nachtmerrie veel geleden vanwege Jezus. Calvijn zegt dat de Vader dit zo beschikt heeft om de onschuld van Zijn Zoon nog te meer laten uitkomen.

Maar kerk en wereld zijn het toch hierover eens dat deze Rechtvaardige ter dood gebracht moet worden. Wat een lijden voor de Borg. Hij is gekomen tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.

Pilatus hoeft zich niet bezwaard te voelen: de Joodse leidslieden en het volk, zij nemen de verantwoordelijkheid wel op zich. Dat is de strekking van de woorden: “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen.” Maar ze weten niet wat ze zeggen. Al het water van de zee wast immers ook hun schuld niet af, als het verblinde volk Zijn Messias verwerpt. Toch ligt er in die wrange uitspraak voor ons een les besloten. Wie met ogen des geloofs op die lijdende Borg mag zien, die moet roepen: “Zijn bloed kome over mij, over ons en onze kinderen.” Zijn bloed, dat zoenbloed is. Christus draagt dit lijden, deze veroordeling, deze smarten, om door Zijn bloed de verzoening aan te brengen.

Ziet u dat Hij daar staat, beladen met uw schuld? Zo gaat hij verder, van de rechtszaal naar de heuvel Golgotha. De nacht van Godsverlating in. Ja, Hij geeft zich over in de dood.

Zijn bloed is offerbloed. Het bloed van het Lam, het Paaslam dat geslacht wordt ter verlossing van het volk, dat in de banden van de slavernij der zonden wordt vastgehouden.

“Als ik het bloed zie, dan zal de verderfengel u voorbijgaan,” sprak God in de nacht van de uittocht. Het bloed van het Lam moet gezien worden aan de deurposten van ons huis, ons hart en ons leven. Alleen op grond daarvan kan er sprake zijn van vrede met God.

Vrede door het bloed des kruizes.

God Zelf heeft dat Zoenbloed aangewezen als het enige middel om de welverdiende straf te ontgaan en wederom tot genade te komen. Daarom moet dat middel ook toegepast worden aan ons hart en leven. Dat werkt de Heilige Geest Die de zondaar ontdekt aan zichzelf en uitdrijft naar het Lam Gods. Werd het al de kreet van uw ziel, vanuit de nood: “Geef mij Jezus of ik sterf?”

Het is niet genoeg om te weten dat er een Middelaar is. Het is niet genoeg om in te stemmen met de Bijbelse waarheid dat het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden. Het zal erom gaan dat wij persoonlijk de kracht ervan ondervinden. Dat gaat nooit buiten het schuldbelijdend, toevluchtnemend geloof om.

Christus boog onder de eisen van Gods recht, om vrede te maken door het bloed des kruises. Dat is een vrede met God die alle verstand te boven gaat en die de eeuwigheid verduurt.

Hunkert u naar die vrede? Neem dan toch die woorden maar over, maar in andere zin gebruikt. “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen.” Dan doet u biddend een beroep op het werk dat Christus in Zijn lijden volbracht, om vijanden met God te verzoenen. Welk een onuitsprekelijke waarde krijgt Hij dan voor u. Wat leert u dan de hemelse wijsheid bewonderen die een weg heeft uitgedacht waarlangs een zondaar op grond van het recht kan zalig worden. Een dure prijs is ervoor betaald. En niets behaagt de Heere meer dat een zondaar alle grond in zichzelf verliest en als enige pleit- en rustgrond overhoudt: Jezus Christus en Dien gekruisigd. Het is op grond van de bloedstorting van Christus dat de Heere het waarmaakt: “Wie Hem aanroept in de nood, vindt Zijn gunst oneindig groot.”

Door de bloedstorting van Christus is de weg naar de genadetroon vrijgemaakt, opdat u pleitend op Zijn werk barmhartigheid en genade zou vinden. Daar leert Gods kind belijden: “Jezus, Uw verzoenend sterven, blijft het rustpunt van mijn hart.”

 

Ds. H. Korving